Je zou het niet verwachten, maar ook in kringen die de traditie een warm hart toedragen, sluimert het marxisme onder de tafel. Zonder te goochelen met begrippen als suprastructuur en infrastructuur, heeft het historische materialisme zijn posities ingenomen. Een van de meer verspreide waanwijsheden uit die stal is de bewering dat het met de traditionele elites is misgelopen, zodra zij de stabiliteit van het onroerende patrimonium lieten lopen voor de vluchtigheid van het roerende.

Bij die stelling valt wel wat op te merken. Vooreerst viel het nog wel mee met die stabiliteit van het onroerende patrimonium. Het beeld van het stamslot dat van generatie naar generatie werd overgedragen en eeuwenlang in een zelfde familie bleef, is minder courant dan wordt verondersteld, en geldt zeker niet voor het onroerende patrimonium in het algemeen. Het volstaat de geschiedenis van een willekeurige heerlijkheid in onze landen erop na te slaan, om te zien dat sommige goederen aan een ijzingwekkend hoog tempo werden overgedragen.

Overigens was de eigenaar van een stamslot vaak een reiziger, die slechts een deel van het jaar op de voorvaderlijke burcht verbleef. De rest van de tijd verbleef hij bij het leger, aan het hof of op een ander landgoed. De traditionele elites wisten een opmerkelijk evenwicht te vinden tussen geestelijke stabiliteit en lichamelijke mobiliteit, en waren vaak beter thuis in een ruime wereld dan degenen die vandaag koketteren met hun wereldburgerschap.

Ten slotte werd het in de loop der tijden perfect mogelijk onroerend patrimonium te gebruiken om afscheid te nemen van de traditie, ook in materiële zin. Hoeveel landgoederen zijn niet ontsierd omdat hun eigenaars ontdekten dat er onder de bodem grotere rijkdommen te vinden waren dan erboven? En als een kasteel als steengroeve werd gebruikt, gebeurde dat zelden buiten het weten of de instemming van de eigenaar.

Neen, geef mij dan maar de families die de roerende goederen koesteren die de huidige generatie in verbinding brengen met vorige generaties. Een relikwie van een familielid dat tot de eer der altaren werd verheven, een stapel documenten, een deel van een collectie boeken of schilderijen, maar vooral de familieportretten. De dwingende blik van de voorvader, en zeker de voormoeder, maken het de nakomelingen onmogelijk om te doen alsof zij de eersten van hun geslacht zijn. Als zij afwijken, zullen ze het niet onwetend doen. Zo’n blik heeft nog geen onroerend goed op een mens kunnen werpen.

454px-François_Joseph_Kinson_-_Portrait_of_Jeanne_Bauwens-van_Peteghem_-_WGA12190Jeanne Bauwens-van Peteghem door Frans Jozef Kinsoen (1770-1839)

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s