Grenzen zijn dezer dagen een trefzekere indicator voor iemands levensbeschouwing. Niet deze of gene grens, maar het concept grens als dusdanig. Aan de ene kant staan degenen die het bestaan van grenzen ervaren als een belediging voor de menselijke vrijheid, en dromen van een wereld zonder enige grens. Tegenover hen staan degenen die het bestaan van grenzen beschouwen als een vooronderstelling voor iedere vorm van beschaving, en grenzen dus koesteren. Logischerwijze is grensoverschrijdend gedrag enkel denkbaar in de wereld van laatstgenoemden, al blijkt dat in de praktijk niet zo eenvoudig te liggen.

Hoewel we spontaan geneigd zouden zijn ons aan te sluiten bij de tweede groep, is er iets dat ons tegenhoudt, namelijk diens visie op wat een grens is. Die is namelijk bijzonder lineair.

Hoezo, zal u allicht tegenwerpen, is dat niet eigen aan grenzen? Geenszins. Onze omgang met grenzen is in de recentere geschiedenis fundamenteel van uitzicht veranderd, net als de grenzen zelf.

Een voorbeeld kan dit misschien duidelijker maken. De koloniale grenzen in Afrika blinken uit in rechtlijnigheid, en dus ook in willekeur. Streken en volksgroepen worden verdeeld door grenzen die aan een tekentafel zijn ontstaan, en weinig te maken hebben met de realiteit op het terrein. Voor de enen zijn die koloniale grenzen het summum van Westerse onverschilligheid ten aanzien van een aloude werkelijkheid, voor anderen een verdedigingswal van de stabiliteit tegen de chaos van de stammentwisten.

Wie de kritische blik op de koloniale grenstrekkerij tot de zijne heeft gemaakt, zal de neiging vertonen op zoek te gaan naar alternatieve grenzen. Die zoektocht blijkt alles behalve eenvoudig te zijn. Landschappen noch mensen laten zich zo makkelijk opsluiten binnen lijnen, en eerder dan een scherpe grens bestaat er tussen twee gebieden vaak een overgangszone. Geen lijn, maar een vlak dus.

Op de keper beschouwd is de situatie in Europa in het algemeen en in de Nederlanden in het bijzonder niet echt anders. Ook hier zijn grenzen voor historische, culturele of pragmatische kritiek vatbaar, maar stoot die kritiek op de onvermijdelijkheid van een zekere graad van willekeur in het trekken van grenzen – althans als die grenzen lijnen moeten zijn.

Ook het oude Europa zag zich met dit vraagstuk geconfronteerd, en ging er op een wijze manier mee om. Zonder een keuze te maken voor min of meer brede overgangsgebieden, met alle daarmee verbonden uitdagingen qua bestuur en organisatie, werd het absolute en geometrische karakter van grenzen gemilderd door het bestaan van een veelheid aan enclaves en exclaves. Wie de grens tussen twee landen overschreed, kwam enkele kilometer verder weer terecht in het land dat hij had verlaten, om even later terug te keren in het andere land, bij de gratie van een grillige en onvoorspelbare grenslijn. Een grens werd inderdaad een grensgebied, dat tegelijk scheidde en deze scheiding relativeerde.

Voor de tekentafelstaatslieden van de negentiende eeuw was dat een gruwel. Zij vergaten, of zagen niet in dat het net hun blinde rationalisme was dat Europa zou leren wat gruwel écht is. Is het misschien geen toeval dat een reeks van acht enclaves rond Maastricht de naam “Redemptiedorpen” droeg? Hoepertingen, Veulen, Rutten, Nerem, Mopertingen, Fallais, Argenteau en Peef kunnen ons vandaag verlossende inspiratie brengen.

Overmaas-voor-1785_redemptie

Rood gemarkeerd op deze Wikipedia-kaart: de Redemptiedorpen

 

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s