Wanneer kunstenaars of wetenschappers maatschappelijke analyses beginnen te maken, ben ik vaak op mijn hoede. Als kind had ik het genoegen vioolles te krijgen van een begenadigd musicus, die ook grote pedagogische gaven had. Maar telkens hij begon over de omstandigheden waarin een compositie was ontstaan, volstond mijn kinderkennis van de geschiedenis om te begrijpen dat hij – oprecht en overtuigd – uit zijn nek aan het kletsen was. Als dezer dagen een viroloog op radio of televisie maatschappelijke epidemieën komt toelichten, denk ik vaak terug aan mijn vioolleraar.

Een strijker die niet aan dit euvel lijdt, is de Amerikaanse contrabassist Duane Rosengard, sinds vele jaren verbonden aan het Philadelphia Orchestra. Parallel met zijn orkestwerk schreef hij een indrukwekkende bibliografie bij elkaar over de geschiedenis van de strijkinstrumenten. Hij doet dit aan de hand van degelijk onderzoek, waarbij hij hulp vraagt aan deskundigen van alle slag en zorgvuldig de hand houdt aan een degelijke bronnenkritiek. Vanzelfsprekend bracht zijn zoektocht hem naar Cremona, het mekka van de vioolbouw, het vaderland van Stradivarius, Amati, Guarneri del Gesu en anderen. Hun instrumenten staan symbool voor een niveau dat onevenaarbaar is.

Net als vele anderen vroeg Rosengard zich af hoe het dan mogelijk was dat zo’n kwaliteitsproduct plots uit de aanbieding was verdwenen, en waarom de tweede helft van de achttiende eeuw ook het einde van de Cremonese vioolschool betekende. In een wat ouder, maar – neem me niet kwalijk: en dus – bijzonder leesbaar artikel in het “Journal of The Violin Society of America” over “Cremona after Stradivari” onderzocht hij de periode van de laatste Cremonese vioolbouwers van de glorietijd, de Bergonzi’s en de Storioni’s. Zij gaven langzaam maar zeker de vioolbouw op voor de productie van het nieuwe mode-instrument van de vroege negentiende eeuw, de gitaar, of zelfs voor de textielhandel.

 

Stradivarius_violin,_Palacio_Real,_Madrid

Een Stradivarius uit de Spaanse koninklijke collecties

 

Je hoeft geen marxist te zijn om een economische achtergrond voor die evolutie te vermoeden. Rosengard wijst er echter op dat de achtergrond eigenlijk minder economisch dan institutioneel en religieus is. De Cremonese vioolbouwers verloren langzaam maar zeker het publiek dat bereid was te investeren in instrumenten van superieure kwaliteit. Dat waren geen individuele amateurs, maar wel instellingen die wisten dat hun investering zinvol was voor meerdere generaties. In Cremona zelf waren dat onder meer de jezuïeten – zodat de opheffing van de Sociëteit in 1773 een stevige klap was voor de opvolgers van Stradivarius. Toen Jozef II (Cremona was een deel van Lombardije, dat werd geregeerd door de Habsburgers) even later schoon schip wilde maken in de gilden, broederschappen en religieuze confrérieën, was het hek van de dam. Net deze “nutteloze” instituties vormden de markt voor de topviolen die Cremona op de markt zette. Hun opheffing betekende ook het einde van de historische continuïteit van de Cremonese school – de officiële erkenning van het Cremonese ambacht door de UNESCO in 2012 ten spijt. Soms consacreren internationale instellingen welgemoed kadavers.

Ik kan het niet helpen, maar monkel even, telkens een zelfbenoemde Mozartkenner met heftigheid oreert over het begin van een nieuwe tijd, toen Wolfgang Amadeus de banden met Salzburgse prinsbisschop Hiëronymus Colloredo verbrak, en zich ging vestigen als zelfstandig musicus. Dank zij het invidivualisme van de Verlichting, kwam er ook plaats voor superieure muziek, zo heet het dan. Het verhaal van de Cremonese viool maakt alvast ruimte voor wat meer nuance.

 

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s