Het moest ervan komen. Zelfs het referentiewerk van de weldenkende muziekliefhebber, de Toverfluit, is het voorwerp van controverse geworden, met dank aan het gilde van de regisseurs.

Operaregisseerwerk is vandaag namelijk heel eenvoudig geworden. Vermijd vooreerst elke kennis van de context en de ontstaansgeschiedenis van het werk dat je gaat vertonen. Verplaats de handeling naar vandaag, of als dat niet kan, minstens naar de Tweede Wereldoorlog. Zorg voor een aantal gags, die niets te maken hebben met het libretto. En vergeet vooral de morele boodschap niet. Gevolg: ook het publiek zal zich niet genoopt voelen enige moeite te doen om te weten waarover het gaat, zal een vrolijke avond beleven op gemene kosten en zich na afloop gesterkt voelen in het eigen morele superioriteitsgevoel. Iedereen blij dus, op de oprechte muziekliefhebber na. Maar die is dermate minoritair dat zij (want vaak is de liefhebber een dame) statistisch irrelevant werd. En de musici die niet zichzelf, maar wel de werken die ze uitvoeren ernstig nemen, lijden in stilte, op een zeldzame uitzondering na. Uiteindelijk moeten zij kunnen functioneren in een op hol geslagen omgeving.

In de kolommen van Trouw speelde zich enkele weken geleden een weinig verheffend spektakel af. Aanleiding was de weigering van een perfecte vertegenwoordigster van het dominante regisseerwerk om Mozarts Toverfluit in zijn geheel te regisseren – dat wil zeggen, zonder te gaan knippen in de teksten van Emmanuel Schikaneder, zoals haar contract dat oplegde. In eerste instantie was er geen vuiltje aan de lucht, want de kunstenares in kwestie had wel het contract, maar niet het libretto gelezen. Toen ze zich ook aan dat laatste waagde, barstte de bom. De tekst die Mozart op muziek heeft gezet, blijkt passages te bevatten die naar de hedendaagse normen seksistisch en racistisch zijn, en moest volgens haar dus herschreven worden. De vraag of dergelijke concepten kunnen worden toegepast op een libretto uit de late achttiende eeuw, zou interessant zijn geweest, maar kwam niet aan bod. Uiteindelijk is onze kunstenares geen wetenschapster, maar een militante, zoals blijkt uit de naam van haar club “Operafront”. Geheime Nederlanden heeft het niet met groepen die zich “front” noemen, en dat is deze keer niet anders.

Een paar modieuze opiniemakers haastten zich om hun bewondering voor de voorgenomen herschrijfoefening den volke kond te doen. De opera moet immers naar onze tijd gebracht worden. Alleen al de uitdrukking spreekt boekdelen. Werken uit het verleden kunnen pas relevant zijn, als ze binnen de comfortzone van het hedendaagse publiek worden gebracht. Pas een soortgelijke redenering toe op werken uit een ander land of continent, en je ziet meteen waar het schoentje knelt. Welke regisseur maakt zich eens sterk tegen het dominante “temporisme”, dat ontstaat uit en volkomen gebrek aan respect voor mensen die in het verleden hebben geleefd?

Toen er voorzichtig weerwerk kwam tegen de adoratie, was de reactie van de auteurs in kwestie even minabel als belachelijk. Er werd gesuggereerd dat Anton Bakx, de musicus en tekstschrijver die bedenkingen had geuit over de herschrijfoefening, niet bestond. De deskundige auteurs kenden hem niet, kon hij dus wel bestaan ? Opmerkelijk, hoe snel de discussie persoonlijk wordt, zodra enig inhoudelijk weerwerk wordt geboden. “Und willst Du nicht mein Bruder sein, so schlag’ich Dir den Schädel ein” – het is een oud verhaal.

Toch ontlokt het hele debat Geheime Nederlanden nog een glimlach. Net als vele anderen ontwaarde Bakx de waarde van de Toverfluit in de morele boodschap van de tekst, die uiteindelijk toch een “magnum opus van de vrijmetselarij” is. Werkelijk ?

Wie de Toverfluit aandachtig beluistert, ontdekt vooral spanningen in het werk. Harmonische spanningen, maar ook spanningen tussen tekst en muziek. Laat ons even de oefening doen. Wie is de meest bekende figuur uit de opera? Papageno. En de bekendste aria wordt zonder enige twijfel gezongen door het symbool van het obscurantisme, de Koningin van de Nacht – in die mate zelfs dat de opera voetstoots met deze aria wordt geassocieerd. Voor de petite histoire: de eerste Koningin van de Nacht was Josepha Weber, de zus van Mozarts echtgenote Constanze (de dame op de afbeelding hieronder, die het gezelschap van Schikaneder voorstelt).

 

SchikanedersTroupe1791

 

Met andere woorden, wat beklijft in dit werk, is net wat niét past in de morele boodschap van het libretto, maar wat door intrinsieke muzikale kwaliteiten waardevol is. Ook de Toverfluit wordt geconfronteerd met de grenzen van belerende kunst: ze wordt getranscendeerd door wat er werkelijk toe doet. En dat is ook de troostende gedachte bij de wat dwaze debatjes die in de krant en op het net worden gevoerd. Als over een eeuw of twee iemand per vergissing zal ontdekken wat modieuze regisseurs vandaag met de Toverfluit willen uitspoken, zal dat het gevolg zijn van grondig bronnenonderzoek en op de spits gedreven eruditie, met andere woorden van attitudes die haaks staan op die van het gilde der regisseuren. Het zal hun gepaste straf zijn.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s