Nog deze eeuw schreven “Louis en Odile”, alias G.L. van Lennep en Thomas Rap, de brievenroman “Stad en land”, een dialoog tussen een stadse neef en zijn stijlvolle tante op de buiten. De idylle tussen stad en land is er de laatste jaren niet op vooruit gegaan, en aan ogenschijnlijk onbenullige discussies zoals de vraag naar meer bankautomaten in de dorpen merk je dat er iets fundamenteel scheef zit in de verhouding tussen de grotere steden en hun ommelanden.

Kennen stad en land elkaar nog? Wie zou ze verbinden? Wie woont nog in de zomer op zijn buiten, ’s winters in de stad, en heeft in beide zijn vriendenkring, die hij een half jaar node mist? Het strikte territoriale denken van onze vrienden de jakobijnen maakte het onmogelijk dat mensen zowel in hun stedelijke als in hun landelijke omgeving betrokken werden in het lokale bestuur. Adieu dus, baron die burgemeester was op het dorp en gemeenteraadslid in de stad. Het resultaat was een uitstroom van bestuurlijk talent richting stad. Het plattelandsbestuur ging steeds meer lijken op de karikatuur die liberale stedelingen ervan hadden gemaakt.

Ook in omgekeerde richting sloeg de vervreemding toe. Ooit telden onze steden, groot, maar vooral ook klein een of meer refugiehuizen binnen hun muren. Strikt genomen waren ze voorzieningen voor tijden van gevaar, wanneer een klooster- of abdijgemeenschap niet langer veilig op het platteland kon verblijven door oorlog of muiterij. Ook in rustiger tijden vervulden ze echter een maatschappelijke rol van betekenis: ze fungeerden als het ware als de ambassades van het platteland in de stad. Ze vertegenwoordigden op permanente basis “de buiten” binnen de stadsmuren, zodat er in de stedelijke ruimte geen gelegenheid was voor het minimaliseren of tot karikatuur reduceren van de “buitenlingen”. Een statige woonst, waarin op quasi permanente basis mensen leefden die het platteland vertegenwoordigden, herinnerde eraan dat er ook een andere wereld was, met een eigen bestaansrecht en waardigheid.

Drie veeleer bescheiden voorbeelden mogen dit illustreren, namelijk het refugiehuis van de Oratoren van Scherpenheuvel te Diest, dat van de Ridders van Malta in Zoutleeuw en dat van de abdij van Baudelo in Hulst (van boven naar onder).

5494443797_0a4a0913de_b

7912571888_9990b73585_b

800px-Hulst_refugehuis_van_Baudeloo_18-06-2012_16-27-15

Met het oog op een vernieuwde reflectie over de dialoog tussen stad en land, zou het goed zijn het anekdotische karakter van de huidige geschiedschrijving over refugiehuizen te overstijgen, en te kunnen beschikken over een zo ruim mogelijke sociale en culturele geschiedenis van dit fenomeen in de Lage Landen. Het zou geen overbodige luxe zijn.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s