U kent allicht het gevoel: met een brede glimlach biedt iemand u een geschenk aan en meteen nadat je het pakje hebt geopend besef je dat je nu meteen je gezicht in de plooi moet houden, althans indien je wil vermijden dat je teleurstelling overduidelijk is. Dat is me, vrees ik, overkomen toen ik vorig weekend een vroegere collega ging opzoeken, die zich na zijn pensioen niet in Spanje, maar in Brugge heeft teruggetrokken. Zijn vrijgevigheid was al spreekwoordelijk toen hij nog aan het werk was en de vorderende leeftijd heeft daar blijkbaar geen afbreuk aan gedaan. Waar ik wat kleins had meegebracht om hem te danken voor de uitnodiging, ontving hij me niet enkel met verfrissingen en versnaperingen, maar ook met een buitenmaats boek.

Dat bleek te gaan over een plaatselijke schilder die carrière had gemaakt in het Parijs van Napoleons tijd en nadien. Heel eerlijk, van Kinsoen had ik nog nooit gehoord en het huiselijke tafereeltje op de omslag van het boek gaf me niet de indruk dat dit een groot probleem hoefde te zijn.

In het station, klaar om de terugweg aan te vatten, besefte ik dat er wel degelijk een probleem was. Ik had namelijk nagelaten me van lectuur te voorzien voor de lange treinrit. En dat besefte ik op het moment dat het te laat was om er nog een mouw aan te passen. Het enige gezelschap dat me restte, was het boek over de familieschilder. De zonde straft zichzelf steeds.

Als het een zonde was, bleek het een felix culpa te zijn. Ik heb het boek van Daniel de Clerck niet één maar twee keer gelezen tussen Brugge en Amsterdam en trek bij deze alle onheuse dingen die ik ooit over Kinsoen gedacht of zelfs gezegd heb, formeel in.

Kinsoens portret van zijn echtgenote

Zeker, Kinsoen was de schilder van het gezin. Ik zie niet in hoe dat een verwijt kan zijn. Het genre van het gezinsportret paste trouwens bij uitstek in zijn glorietijd, die zo goed als naadloos samenviel met de restauratietijd. Misschien wel de meest heldere les die De Clerck geeft in zijn soms wat droge opsomming van de werken van zijn held (want enige heldenaanbidding is de auteur niet vreemd) is wie de vijanden van Kinsoen waren. Enerzijds had je de groothandelaren in heldenmoed uit de tijd van Buonaparte, de Davids van die tijd (en hoe appetijtelijk die man was, kon u al eerder op deze pagina’s lezen). Anderzijds waren er de romantici, die alles wat niet mateloos was bij voorbaat afwezen en met bolle ogen keken naar zinloze uitvergrotingen van de werkelijkheid, terwijl ze kreten slaakten die als enige merite hadden luid te zijn. Daartussen moest Kinsoen zijn plaats vinden.

Natuurlijk kon hij bespot worden. Natuurlijk verweet men hem de werkelijkheid mooier voor te stellen dan ze was. Alsof de werkelijkheid erbij wint lelijk gemaakt te worden.

De critici verweten Kinsoen feminien te zijn. En dan? De Franse revolutionairen spraken schande van het vrouwenbewind in Europa: Maria-Theresia in Oostenrijk, Wilhelmina van Pruisen in de Verenigde Provinciën en Marie-Antoinette in eigen land waren naar hun aanvoelen het tegendeel van wat een gezond staatsbestel inhield. Hun alternatief kennen we. De keuze is gauw gemaakt.

Koningin Anna Pavlova door Kinsoen. Een vorstin uit het goede hout gesneden.

Vaak vraag ik me af of wie terug wil naar het oude Europa niet resoluut moet kiezen voor een vrouwelijke kijk op de werkelijkheid. Met woordvoersters in plaats van woordvoerders. Met jonge moeders en bedaagde douairières als voordenkers in plaats van ambitieuze jongelui en teleurgestelde academici. Kijk naar Kinsoens portretten en zoek de achter-achterkleindochters van zijn modellen. Europa zal er wel bij varen.

Daniël de Clercks boek Kinsoen is uitgegeven bij Stichting Kunstboek in Oostkamp in 2022, https://www.stichtingkunstboek.com/product/kinsoen/  

Plaats een reactie